
Door: Judith van Duivenboden
Voor het laatst inhoudelijk op juistheid gecontroleerd op 18 oktober 2026
De ondernemingsraad (OR) speelt een belangrijke rol in de medezeggenschap binnen organisaties. Als je overweegt om je kandidaat te stellen voor de OR, is het goed om te weten aan welke voorwaarden je moet voldoen. Want mag iedere medewerker zich kandidaat stellen? Hoe zit het met uitzendkrachten en leidinggevenden? En moet je lid zijn van een vakbond om in de OR te kunnen komen?
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) stelt duidelijke eisen aan de verkiesbaarheid voor de ondernemingsraad. Ook zijn er regels voor de manier waarop kandidaten zich kunnen aanmelden voor de OR-verkiezingen.
In dit artikel leggen we uit wie zich kandidaat mag stellen, welke uitzonderingen er zijn en hoe de kandidaatstelling in de praktijk werkt.
Wie mag zich kandidaat stellen voor de ondernemingsraad?
Iedere medewerker die ten minste drie maanden in de onderneming werkzaam is geweest, mag zich in beginsel kandidaat stellen voor de ondernemingsraad. Dat staat in artikel 6 lid 3 WOR. Dit wordt het passief kiesrecht genoemd: het recht om gekozen te worden als lid van de OR.
Sinds 1 januari 2022 geldt daarvoor dezelfde wettelijke diensttijdeis als voor het stemrecht: drie maanden. Voorheen moest je twaalf maanden werkzaam zijn voordat je je verkiesbaar kon stellen.
Of je een vast of tijdelijk contract hebt, maakt in beginsel niet uit. Ook medewerkers met een deeltijdcontract of oproepcontract kunnen zich kandidaat stellen. Het gaat erom dat je voor de toepassing van de WOR tot de in de onderneming werkzame personen behoort en voldoet aan de geldende voorwaarden voor verkiesbaarheid.
Voor uitzendkrachten, gedetacheerden en bepaalde andere groepen werkenden gelden bijzondere regels. Ook bestuurders in de zin van de WOR hebben een andere positie.
Wil je weten wie bij OR-verkiezingen een stem mag uitbrengen? Lees dan ook ons artikel Wie mag stemmen bij OR-verkiezingen?.
Welke voorwaarden moet je vervullen om OR-lid te kunnen worden?
De belangrijkste voorwaarde is dat je op de verkiezingsdatum in beginsel ten minste drie maanden in de onderneming werkzaam bent geweest. Daarnaast moet je behoren tot de personen die volgens de WOR voor de betreffende ondernemingsraad verkiesbaar zijn.
Het eigen OR-reglement is daarbij belangrijk. Artikel 6 lid 5 WOR biedt de ondernemingsraad namelijk de mogelijkheid om de wettelijke diensttijdeis aan te passen, als dat bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet.
Een organisatie met veel medewerkers die relatief kort in dienst blijven, kan bijvoorbeeld reden hebben om een kortere termijn te hanteren. Dat moet dan wel correct in het OR-reglement zijn geregeld. De OR kan hierover zelfstandig besluiten; toestemming van de ondernemer is daarvoor niet automatisch vereist.
Een cao-afspraak alleen is niet voldoende om de wettelijke verkiezingsregels terzijde te schuiven. De afwijkingsmogelijkheid moet worden toegepast binnen de grenzen die de WOR daarvoor stelt.
Kunnen uitzendkrachten en gedetacheerden zich kandidaat stellen?
Ook uitzendkrachten en gedetacheerde werknemers kunnen onder voorwaarden kandidaat worden voor de ondernemingsraad van de onderneming waar zij werkzaam zijn.
Volgens artikel 1 lid 3 sub a WOR worden werknemers die ten minste 15 maanden bij een inlenende onderneming werken op basis van een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW, aangemerkt als in die onderneming werkzame personen. Na nog eens drie maanden verkrijgen zij in beginsel actief en passief kiesrecht. Dat betekent dat zij doorgaans na 18 maanden bij de inlener kunnen stemmen en zich kandidaat kunnen stellen.
Deze regeling geldt niet alleen voor werknemers van traditionele uitzendbureaus. Ook gedetacheerde werknemers kunnen hieronder vallen. De Hoge Raad heeft bevestigd dat het begrip uitzendovereenkomst ruimer is dan de klassieke uitzendrelatie.
Bepalend is onder meer of de werknemer onder toezicht en leiding van de inlenende onderneming werkt en of de arbeidsverhouding ook overigens voldoet aan artikel 7:690 BW. Is daarvan geen sprake, bijvoorbeeld omdat een gedetacheerde werknemer onder verantwoordelijkheid en leiding van zijn eigen werkgever een opdracht uitvoert, dan geldt de wettelijke 18-maandenregeling niet automatisch.
Ondernemer en OR kunnen op grond van artikel 6 lid 4 WOR gezamenlijk besluiten om ook andere groepen die regelmatig in de onderneming werken, tot de kring van in de onderneming werkzame personen te rekenen, wanneer dat bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR.
Het is daarom verstandig om bij twijfel niet alleen naar de arbeidsovereenkomst of de benaming detachering te kijken, maar ook naar de feitelijke arbeidsverhouding en de afspraken die binnen de onderneming zijn gemaakt.
En hoe zit het met zzp’ers?
Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) hebben niet automatisch het recht om zich kandidaat te stellen voor de ondernemingsraad van de organisatie waarvoor zij opdrachten uitvoeren.
Een echte zelfstandige werkt doorgaans op basis van een overeenkomst van opdracht en niet op basis van een arbeids- of uitzendovereenkomst met de ondernemer. Ook de wettelijke regeling voor uitzendkrachten is daardoor niet zonder meer op hem van toepassing.
Dat betekent echter niet dat zzp’ers nooit lid van een ondernemingsraad kunnen worden.
Artikel 6 lid 4 WOR biedt namelijk de mogelijkheid om ook andere groepen personen die regelmatig in de onderneming werken, voor de toepassing van de WOR aan te merken als in de onderneming werkzame personen. Daarvoor is wel een gezamenlijk besluit van de ondernemer en de OR nodig. Bovendien moet die uitbreiding bevorderlijk zijn voor een goede toepassing van de WOR.
Wanneer een groep zzp’ers op die manier onder de werking van de WOR wordt gebracht, kunnen ook voor hen medezeggenschapsrechten ontstaan, waaronder het recht om zich kandidaat te stellen voor de OR. Daarbij blijft de wettelijke diensttijdeis gelden, tenzij daarvan rechtsgeldig is afgeweken.
Of iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt, is overigens niet uitsluitend afhankelijk van wat er boven zijn overeenkomst staat. Als de arbeidsverhouding in werkelijkheid voldoet aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst, kan dat tot een andere juridische beoordeling leiden.
Kunnen leidinggevenden zich kandidaat stellen voor de ondernemingsraad?
Ja. Ook leidinggevenden kunnen in beginsel lid worden van de ondernemingsraad. Het enkele feit dat iemand leidinggeeft aan collega’s, vormt geen wettelijke reden om die persoon van de OR uit te sluiten.
Teamleiders, afdelingshoofden en managers kunnen zich dus kandidaat stellen als zij aan de overige voorwaarden voldoen.
Er is wel een belangrijke uitzondering: de bestuurder in de zin van de WOR behoort voor de toepassing van de wet niet tot de in de onderneming werkzame personen en kan daarom geen lid van de OR zijn.
De WOR bedoelt met de bestuurder degene die, alleen of samen met anderen, rechtstreeks de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid in de onderneming. Dat hoeft niet altijd dezelfde persoon te zijn als een statutair bestuurder van een bv of een lid van de raad van bestuur.
Juist in grotere organisaties kan het onderscheid tussen een leidinggevende en de bestuurder in de zin van de WOR vragen oproepen. De functietitel is daarbij niet doorslaggevend. Het gaat om de feitelijke positie binnen de onderneming.
Twijfel je of een leidinggevende verkiesbaar is? Bespreek dat dan tijdig met de OR of de verkiezingscommissie, zodat er vóór de verkiezingen duidelijkheid ontstaat.
Hoe werkt de kandidaatstelling voor OR-verkiezingen?
Als je aan de voorwaarden voldoet, kun je je kandidaat stellen via een vakbond of via een zogenoemde vrije kandidatenlijst. Dat zijn de twee routes die artikel 9 WOR onderscheidt.
De precieze procedure en de termijnen staan in het OR-reglement.
Kandidaatstelling via een vakbond
Een vakbond die voldoet aan de wettelijke voorwaarden kan een kandidatenlijst indienen. De vakorganisatie stelt deze lijst op na overleg met haar leden binnen de onderneming.
Je kunt je als kandidaat aanmelden bij de vakbond, die vervolgens bepaalt welke kandidaten op de lijst worden geplaatst.
De vakorganisatie moet aan de eisen van artikel 9 WOR voldoen. Niet iedere willekeurige vereniging kan dus zonder meer een kandidatenlijst indienen.
Kandidaatstelling via een vrije kandidatenlijst
Je hoeft geen vakbondslid te zijn om je kandidaat te kunnen stellen. Ook een medewerker die geen lid is van een vakbond kan zich verkiesbaar stellen, via een vrije kandidatenlijst.
Zo’n lijst kan door één of meer kiesgerechtigde medewerkers worden ingediend, mits zij geen lid zijn van een vakbond die zelf een kandidatenlijst heeft ingediend. Op een vrije lijst mag ook maar één kandidaat staan.
Vroeger waren voor een vrije kandidatenlijst ondersteuningshandtekeningen van collega’s nodig. Die wettelijke verplichting is in 2013 vervallen. Je hoeft dus niet eerst een bepaald aantal collega’s te verzamelen dat jouw kandidaatstelling ondersteunt.
Wat als je vakbondslid bent, maar niet via de vakbond kandidaat wilt worden?
Ook dan kun je onder voorwaarden via een vrije kandidatenlijst deelnemen.
Is jouw vakbond géén kandidatenlijst aan het indienen? Dan kun je, als je kiesgerechtigd en verkiesbaar bent, zelf een vrije lijst indienen.
Heeft jouw vakbond wél een kandidatenlijst ingediend? Dan mag je nog steeds op een vrije lijst staan, maar je mag die lijst niet zelf indienen. Daarvoor heb je een kiesgerechtigde collega nodig die geen lid is van een vakbond die een kandidatenlijst heeft ingediend.
Dat onderscheid wordt in de praktijk nog weleens over het hoofd gezien. Het is daarom verstandig om vooraf na te gaan welke vakorganisaties aan de verkiezingen deelnemen.
Meer informatie over deze regels vind je bij de SER: kandidaatstelling voor de OR.
Wanneer moet je je kandidaat stellen?
De WOR schrijft niet voor op welke exacte datum kandidatenlijsten moeten worden ingediend. Die termijnen staan in het OR-reglement.
Het SER-Voorbeeldreglement gaat uit van een periode waarin vakbonden vanaf negen tot uiterlijk zes weken voor de verkiezingen kandidatenlijsten kunnen indienen. Daarna wordt bekendgemaakt welke vakbonden een lijst hebben ingediend. Vervolgens krijgen kiesgerechtigde medewerkers gelegenheid om vrije kandidatenlijsten in te dienen, in het SER-model tot uiterlijk drie weken vóór de verkiezingen.
Bij het vaststellen van de indieningstermijnen moet rekening worden gehouden met de rechtspraak. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 24 juli 2018 (ECLI:NL:GHDHA:2018:1777) geoordeeld dat een eerlijk verkiezingsproces in beginsel vereist dat de kandidaatstelling voor vakbondslijsten en vrije lijsten op hetzelfde moment begint. Daarbij moet de indieningstermijn voor vrije lijsten ten minste even lang zijn als die voor vakbondslijsten.
Dit oordeel wijkt af van de standaardprocedure uit het SER-Voorbeeldreglement, waarin vakbonden eerst kandidatenlijsten kunnen indienen en daarna pas de indieners van vrije lijsten aan de beurt zijn. De SER biedt wel de mogelijkheid om beide indieningstermijnen gelijktijdig te laten lopen. Een OR doet er daarom verstandig aan om deze rechtspraak bij het vaststellen van zijn verkiezingsprocedure te betrekken.
Ook de bekendmaking van de definitieve kandidatenlijsten moet vervolgens gelijktijdig plaatsvinden. In het SER-model wordt gesproken over een moment uiterlijk twee weken voor de verkiezingsdatum.
Maar let op: de genoemde termijnen zijn niet voor iedere onderneming automatisch hetzelfde. De verkiezingsprocedure uit het eigen OR-reglement is bepalend.
Wil je precies weten hoe je de verkiezingen voorbereidt? Gebruik dan ons draaiboek voor OR-verkiezingen, met een praktische planning van 15 weken.
Wat gebeurt er als je niet verkiesbaar bent voor de ondernemingsraad?
Als je niet voldoet aan de voorwaarden voor het passief kiesrecht, kun je in beginsel niet op een kandidatenlijst worden geplaatst.
Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer je nog niet lang genoeg in de onderneming werkzaam bent, wanneer je bestuurder in de zin van de WOR bent of wanneer je niet behoort tot de personen die voor de betreffende OR verkiesbaar zijn.
Ook kan bij een aftredend OR-lid een in het reglement opgenomen beperking van de herkiesbaarheid een rol spelen. Artikel 12 lid 2 WOR biedt hiervoor onder voorwaarden ruimte.
Dat betekent niet dat een werkgever of OR naar eigen inzicht kan bepalen wie wel en niet welkom is als kandidaat. De wettelijke regels en het OR-reglement zijn leidend.
Ontstaat er discussie over je verkiesbaarheid? Vraag de OR of de verkiezingscommissie dan om een toelichting. Controleer zo nodig de bezwaarprocedure in het OR-reglement. Het SER-Voorbeeldreglement voorziet in een mogelijkheid om bezwaar te maken tegen besluiten over het verkiezingsregister en de geldigheid van kandidatenlijsten.
Waarom zou je je kandidaat stellen voor de OR?
Een plek in de ondernemingsraad biedt de mogelijkheid om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op het beleid van de organisatie. Je denkt mee over onderwerpen die medewerkers direct raken, zoals arbeidsomstandigheden, reorganisaties, werkdruk, personeelsbeleid en de toekomst van de onderneming.
Daarbij ontwikkel je vaardigheden die ook buiten de OR waardevol zijn. Denk aan het analyseren van beleidsvoorstellen, onderhandelen, samenwerken en het voeren van overleg met de bestuurder.
Uiteraard vraagt het OR-werk tijd en inzet. Maar de WOR biedt OR-leden faciliteiten om hun medezeggenschapswerk te kunnen uitvoeren. Ook mogen medewerkers vanwege hun kandidaatstelling of OR-lidmaatschap niet worden benadeeld in hun positie binnen de onderneming.
Wil je meer weten over de mogelijkheden en voordelen? Lees dan Waarom in de OR?.
Hoe MZ Services helpt bij OR-verkiezingen en kandidaatstelling
Het organiseren van OR-verkiezingen lijkt overzichtelijk. Je stelt een verkiezingsdatum vast, nodigt medewerkers uit om zich kandidaat te stellen en organiseert de stemming. Toch kunnen juist de voorwaarden voor verkiesbaarheid en de procedure rond kandidatenlijsten in de praktijk vragen oproepen.
MZ Services ondersteunt ondernemingsraden en organisaties bij de voorbereiding en uitvoering van OR-verkiezingen. We adviseren over het OR-reglement, de kandidaatstelling, het kiesrecht en de inrichting van de verkiezingsprocedure. Daarbij kijken we niet alleen naar de juridische regels, maar ook naar de praktische uitvoerbaarheid.
Daarnaast helpen we nieuwe ondernemingsraden om goed van start te gaan. Want na de verkiezingen begint het eigenlijke werk pas.

Heb je vragen over kandidaatstelling, verkiesbaarheid of de organisatie van OR-verkiezingen?
Neem contact op met MZ Services. We denken graag met je mee.
